Boerderij Stockxhof Horn

boerderij Stockshof, Horn, historisch, bouwhistorisch onderzoek herbestemming

Boerderij Stockxhof

Stokshof 1 Horn

Geen status

 

Opdrachtgever

Stichting het Limburgs Landschap

 

Uitvoering

Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek

 

2020


Opmaat

Tussen de woonkernen Horn, Haelen, Baexem en Heythuysen ligt een waardevol historisch cultuurlandschap dat wordt doorsneden door meerdere beken. Meteen ten zuiden van een van deze beken, de Haelense Beek, ligt boerderij Stockxhof (ook geschreven als ‘Stoxhof’ of ‘Stokshof’). Het is een van meerdere in de omgeving op de overgang tussen beekdal en hogere zandgronden gelegen eeuwenoude boerderijen die een grote rol hebben gespeeld in de (ontginnings)geschiedenis van de gemeente Leudal. De boerderij is niet aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument, noch is ze aangemerkt als beeldbepalend object. Gelet op de oorsprong van de boerderij, het belang dat zij heeft gehad in de ontginning van het gebied, de eeuwenoude relatie tot de kastelen Waerenberg en Exaten, de karakteristieke typologie en de ouderdom en gaafheid van het casco, zijn de waarden van de Stockxhof van dermate groot belang dat het ontbreken van een passende beschermende status (met uitzondering van de naoorlogse oostvleugel die koud tegen het volume staat) als omissie mag worden beschouwd.

 

De eigenaar van de boerderij, Stichting het Limburgs Landschap, heeft de intentie de boerderij te herbestemmen, restaureren en verbouwen. Het cultuur- en bouwhistorisch onderzoek vormt de eerste opstap tot een toekomstige herbestemming. Doel van het cultuur- en bouwhistorisch onderzoek met waardenstelling is tweeledig: Enerzijds dient het inzicht te verschaffen in de cultuurhistorie van de locatie: welk ‘verhaal’ vertelt de Stockxhof. Anderzijds dient de rapportage als een onafhankelijke cultuur- en bouwhistorische waardenstelling. De resultaten van het onderzoek kunnen worden ingezet als uitgangspunt of inspiratiebron voor de uitwerking van de herbestemmingsplannen. Daarnaast zal het Limburgs Landschap de gemeente Leudal verzoeken om de boerderij, naar aanleiding van de bevindingen van deze rapportage, op te nemen op de gemeentelijke monumentenlijst van de gemeente Leudal. Onderhavige rapportage dient hierbij als onderlegger voor de beoogde plaatsing.

 

Ontginningsgeschiedenis

De Stockxhof maakt deel uit van het cultuurlandschap ten westen van de Maas. Het landschap tussen Neer-Neeritter/Belgische grens en het dekzandgebied ten westen heeft een geheel eigen karakter. Het wordt doorsneden door een groot aantal beken, die vaak door oude Maasbeddingen lopen. Het door de beekdalen doorsneden kleinschalige landschap leidde ook tot een kleinschalig cultuurlandschap. De kernen op de rand van het Maasdal (Heel, Beegden en Horn) zijn echte velddorpen, waarbij het cultuurlandschap wordt gevormd door een aaneengesloten, open stuk bouwland dat is verdeeld in verschillende kavels, gebruikt door meerdere eigenaren. Een tweede rij nederzettingen (Haelen, Nunhem, Baexem en Grathem vormt een overgang tussen de velddorpen langs de Maas en het echte kampenlandschap van het dekzandgebied. De structuur van de open dorpsakkers heeft het gemeen met de velddorpen. De bescheiden omvang van de dorpskernen en vooral het verspreid liggen van de boerderijen past binnen de nederzettingstypologie van het kampenlandschap. Buiten de dorpskernen ligt een groot aantal kampenontginningen van verschillende omvang. Langs de Haelense Beek (bij Grathem doorlopend in de Uffelse beek)  ligt een reeks landhuizen en kampenboerderijen. Deze landschappelijke inrichting van het buitengebied is tot de dag van vandaag nog duidelijk herkenbaar.

 

De Stockxhof is een pachtboerderij waarvan het oudste gedeelte van het casco is terug te voeren tot ten minste de achttiende eeuw en waarvan de eerste vermelding wordt gedaan in 1329. De boerderij was toen een pachthoeve van de heren van het ten oosten gelegen Waerenberg (waarvan nu alleen nog de boerderij resteert: langs de N279). Vanaf de zeventiende eeuw is de boerderij eerst gelieerd aan kasteel Groot-Buggenum en later aan het meteen ten westen gelegen kasteel Exaten. 

 

Boerderijvleugel

De boerderijvleugel is in haar huidige opzet ontstaan in de achttiende eeuw. Ze is gebouwd als langgevelboerderij, waarbij het achterhuis enkel was ingericht als stal. Het volume is in haar huidige verschijningsvorm nagenoeg identiek aan de achttiende-eeuwse situatie en geldt hierdoor als gaaf behouden, vroeg voorbeeld van een dergelijke boerderijtypologie. In de Stockxhof is de traditionele vierkamerplattegrond nog gaaf behouden. De keuken vormt het hart van de boerderij. Hieromheen zijn de goeikamer, de spoelkeuken en de opkamer (met kelder) gelegen. Hoewel de toegang tot de opkamer ten gevolge van het plaatsen van de steektrap is gewijzigd, is de oorspronkelijke situatie vanwege het behoud van het deurkozijn nog duidelijk herkenbaar. Het bijzonder aan de Stockxhof is de aanwezigheid van een gang. Typologisch gezien is dit een zeer vroeg voorbeeld van een bij een langgevelboerderij toegepaste gangstructuur. We zien hier dan ook dat de gang nog geen integraal deel is geworden van de (traditionele) vierkamerplattegrond, maar dat ze als een aparte entiteit aan de andere zijde van de brandmuur, in het achterhuis, is aangebracht.

 

L-vormige plattegrond

Uit het onderzoek is gebleken dat de Stockxhof oorspronkelijk was gebouwd als traditionele Noordlimburgse hoeve, waarbij parallel aan de nog aanwezige boerderijvleugel een vrijstaande schuur stond. Rond 1850 werd deze vrijstaande schuur gesloopt en werd een nieuwe schuur gebouwd (met gebruik van de vrijgekomen stenen van de schuur: 24,5-25x11-11,5x5,5 centimeter). De nieuwe  schuur met zijlangsdeel en stallen aan de noordzijde is vanuit typologisch oogpunt zeldzaam, niet alleen vanwege de positionering op het erf, maar ook vanwege haar opzet, waarbij de zijlangsdeel aan de westzijde niet zo ver in noordelijke richting doorloopt dan de tas met in het verlengde de stallen. Met de bouw van de schuur op de huidige locatie wordt afgeweken van de Noordlimburgse boerderijtraditie. Daar waar in het noorden en midden van Limburg bij behoefte aan meer ruimte een vrijstaand volume parallel aan de boerderij werd gebouwd en nadien al dan niet tot een gesloten hof doorontwikkelde, ontwikkelen de Zuid-Limburgse boerderijen zich van een langgevelboerderij via een L-vormige plattegrond, naar een U-vormige opzet met als eind de gesloten hof. Deze afwijkende ontwikkelingsgeschiedenis resulteerde dan ook tot een geheel andere onderlinge groepering van de bedrijfsdelen.

 

Hoewel de L-vormige hoofdopzet lijkt te zijn geworteld in de Zuid-Limburgse traditie, vertoont de schuur verder geen duidelijke overeenkomsten met de Zuid-Limburgse boerderijen. Het belangrijkste verschil is dat de schuren bij de Zuid-Limburgse boerderijen vrijwel altijd waren opgezet met een dwarsdeel: de bandeuren komen uit op de hof. De  schuur van Stockxhof heeft daarentegen een zijlangsdeel: de bandeuren zijn juist niet op de hof gericht

 

Een tweede belangrijk verschil met de Zuid-Limburgse voorbeelden is de wijze waarop de schuur en stallen, elk met een eigen diepte, deel uitmaken van één bouwfase. De stallen liggen in het verlengde van de tas. De zijlangsdeel loopt nog kort door langs deze stallen (maar niet tot het eind). De schuur als geheel heeft hierdoor een asymmetrische opzet. Ondanks deze opzet is het volume onder één doorlopend dak geplaatst. Dit heeft ertoe geleid dat bij de stallen de nok niet centraal boven het volume ligt en dat de westgevel van de stallen opvallend hoog is doorgetrokken.

 

Wat betreft hoofdopzet toont de schuur gelijkenissen met boerderijen die in Midden-Limburg met enige regelmaat voorkomen: volumes met een voorhuis en een hoger en breder (aan één zijde) achterhuis. Het achterhuis was opgezet met (zij)langsdeel, waarbij de in de kopgevels geplaatste bandeuren bereikbaar waren via een pad langs de voorgevel van het huis. Voorbeelden van dergelijke boerderijen zien we onder andere in Thorn, Wessem en Ohé en Laak. Het grote verschil met deze voorbeelden is, behalve dat er sprake is van een voor- en achterhuis, het voorhuis altijd een lagere nok heeft: er is een architectonische hiërarchie tussen beide volumes.

 

Hoewel er dus wel enige referenties zijn aan te halen, is er geen bekend precedent waarop men bij de bouw van de schuur van de Stockxhof op heeft voortgeborduurd. De huidige compositie is dan ook uniek.

 

Stalvleugel uit 1950

 

Als gevolg van de in 1850 ontstane situatie, heeft men bij de bouw van de stalvleugel rond 1950 niet uit kunnen gaan van een traditionele ontwikkeling in structuur, maar is ook hier gekozen voor een oplossing die binnen de Noordlimburgse boerderijtypologie onbekend is: tegen de langsgevel van de boerderijvleugel. Hoewel de stalvleugel an sich geen architectuur- en bouwhistorische waarden vertegenwoordigd, is er, vanwege deze atypische opzet, mede in combinatie met de schuur, sprake van enige typologische waarde.