Boerderij Vierde Stationsstraat Zoetermeer

boerderij Vierde Stationsstraat Zoetermeer, bouwhistorisch onderzoek gemeentelijk monument

Vierde Stationsstraat 450 Zoetermeer

Gemeentelijk monument

 

Opdrachtgever

particulier

 

Uitvoering

Bouwhistorisch onderzoek

2017 

 

Architect

Friso Woudstra Architecten


De boerderij is gelegen aan de Vierde Stationsstraat. Deze straat, voorheen de Molenweg genaamd, verbond van oorsprong de oude kern van Zoetermeer met de lintbebouwing van Katwijk (de huidige Katwijkerlaan). De boerderij ligt in het zogenaamde Voorhoekje. Op oude topografische kaarten is te zien dat dit stukje vanaf circa 1850 als een van de laatste gebieden ten westen van Zoetermeer ingepolderd werd.  Tot aan circa 1990 was sprake van een open polderlandschap, waarbij de bebouwing zich concentreerde langs de dijk van de Stationsstraat en Katwijkerlaan. Sindsdien is rondom de boerderij een nieuwe woonwijk tot stand gekomen. Hierdoor is de historische context van een boerderij en haar areaal landbouwgronden verloren gegaan.

 

De boerderij, een T-boerderij met parallel aan de Vierde Stationsstraat gelegen voorhuis, verkeert in een slechte staat. Muren zijn gescheurd, staan uit het lood en zijn enigszins gedraaid. Kozijnen zijn ontwricht, ramen de deuren sluiten niet meer of zijn gespleten en vloeren staan bol of zijn ingezakt. Diverse ruimten zijn door middel van stempels ondersteund. Binnen de context van deze bouwhistorische waardenstelling wordt niet nader ingegaan op de bouwtechnische/bouwkundige staat van het pand, maar wordt enkel gekeken naar de bouwhistorische aspecten. Vanwege de huidige conditie, veroorzaakt door verzakkingen als gevolg ten behoeve van de grootschalige stedenbouwkundige ontwikkelingen, kunnen alleen zeer ingrijpende werkzaamheden het volume voor de toekomst behouden.

 

Res nova Monumenten is gevraagd een bouwhistorische analyse met waardenstelling uit te voeren om te kijken of de status als gemeentelijk monument wel terecht is. In de redengevende beschrijving wordt aangegeven dat de boerderij vooral hoog scoort vanwege de architectonische gaafheid: Het belangrijkste criterium is de architectuurhistorische waarde; de boerderij is een gaaf bewaard voorbeeld van het type T-boerderij”.

 

Uit het onderzoek is echter gebleken dat alle drie in de omschrijving opgenomen volumes in meer of mindere mate zijn gewijzigd en niet meer oorspronkelijk zijn:

  • Het voorhuis is in hoofdopzet authentiek, echter het huidige beeld is in 1990 ontstaan, waarbij de oorspronkelijk sober afgewerkte gevels werden verrijkt door de toevoeging van luiken, een paneeldeur, een levensboom, de luxere stoepbalustraden, profiellijsten bij het fries, een fors aangezette, geprofileerde bakgoot en de plaatsing van het venster in de westelijke geveltop. Daarnaast zijn de vensters niet oorspronkelijk (vermoedelijk in jaren vijftig-zestig vervangen als ook het dak wordt vernieuwd en het achterhuis opnieuw wordt opgetrokken) en zijn ze rond 1990 nogmaals gewijzigd. Wat betreft interieur is alleen de herkenbaarheid van de hoofdstructuur van de begane grond en het souterrain waardevol, evenals enkele interieurelementen. Op basis van het onderzoek kan de architectuurhistorische waarde van het voorhuis worden aangemerkt als ‘hoog’ wat betreft typologie (T-boerderij en verhoogde begane grond voorhuis) en ‘positief’ (authentiek casco, maar aangetast in verschijningsvorm) wat betreft gaafheid.
  • Het achterhuis is volledig opnieuw opgetrokken in de jaren vijftig-zestig. Hoewel in verschijningsvorm karakteristiek voor de periode, is er geen sprake van een hoge bouwhistorische waarde (indifferente bouwhistorische waarde). Wat betreft het architectuurhistorische criterium, heeft de schuur vanwege haar relatie tot het voorhuis (T-boerderij) een ‘positieve’ typologische waarde. 
  • Het oostelijke stalvolume is in haar huidige verschijningsvorm niet ouder dan 1930-1940 (oudste gedeelte) en bovendien gedurende meerdere fasen uitgebreid, aangepast en verbouwd. Als zodanig heeft het volume een lage (indifferente) architectuur- en bouwhistorische waarde. 

Al met al kan dus worden gesteld dat de gaafheid van het ensemble minder hoog is dan in de gemeentelijke waardenstelling/beschrijving wordt vermeld. Mede op basis van de bevindingen van het onderzoek wordt een plan van aanpak opgesteld, waarbij ook wordt gekeken naar een optie tot (gedeeltelijke) sloop