Hofstetten Ellecom

Landhuis Hofstetten, Ellecom cultuur- en bouwhistorisch onderzoek rijksmonument, traject fiscale aftrek onderhoudskosten

Landgoed Hofstetten

Zutphensestraatweg 79 Ellecom

Rijksmonument

 

Opdrachtgever

Particulier

 

Uitvoering

Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek

Effecttoets

Financieel plan Monumenten

2008

 

Architect                                

Friso Woudstra Architecten


Aanleiding tot het onderzoek naar het pand Zutphensestraatweg 70 is het voornemen van de eigenaren om het in 1835 gebouwde landhuis Hofstetten te restaureren, verbouwen en woonklaar te maken. Voorafgaand aan de werkzaamheden willen zij graag inzicht krijgen in de cultuur- en bouwhistorische waarden van het huis. Het onderzoek dient als referentiekader en inspiratiebron voor de op handen zijnde ontwikkeling.

 

Ligging

Het pand Zutphensestraatweg 70, Landhuis Hofstetten, is gelegen aan de noordelijke rand van de bebouwde kom van Ellecom. Het huis ligt op de hoek van de Zutphensestraatweg en de Hofstetterlaan en gaat grotendeels verscholen achter de dichte begroeiing van het park. De Zutphensestraatweg werd in het begin van de negentiende eeuw als Rijks straatweg aangelegd (ter vervanging van een reeds bestaande onverharde weg) en verbond Arnhem met het noordelijker gelegen Zutphen. Langs deze ‘lijn’ staat een groot aantal landhuizen uit zowel de zeventiende als achttiende en negentiende eeuw. Hofstetten ligt aan de zuidoostelijke rand van de Veluwe, in de directe nabijheid van enkele grote landgoederen als Middachten en het vroegere Hof te Dieren. Hofstetten zelf is in een kleine parktuin geplaatst.

 

Neoclassicisme

Hofstetten is in oorsprong een neoclassicistisch landhuis pur sang. In de loop der jaren is er meerdere malen sprake geweest van verbouwingen. Hierbij is echter telkens teruggegrepen op de kenmerkende sobere en strakke stijl van het neoclassicisme. Dit uit zich in zowel de aangebouwde volumes (vijfzijdige uitbouwen en portiek met Dorische kolommen) als in de toegepaste ornamentering (schijnvoegen, festoenen, voluten, et cetera). In 1865 werd een uitbouw gerealiseerd waarbij de gevels werden voorzien van schijnvoegen, de uitbouw werd bekroond door een balustrade met vazen en de reeds bestaande ramen werden voorzien van agraven. Bij de vergroting van circa 1880 zijn bij het volume naast de entree schijnvoegen op de hoeken aangebracht. De vijfzijdige volumes van 1917 en 1939 hebben boven de ramen lijstwerk met blind. Hiermee wordt afgeweken van de ‘strakke’ gevelafwerking. De lijsten an sich kunnen wel worden gezien als een twintigste eeuwse, versoberde variant op een klassiek thema.

 

Het feit dat op een zo consequente manier is omgegaan met deze neoclassicistische stijlelementen, laat zien dat ofwel de bouwheer of de architect op de hoogte was van de kunsttheorieën omtrent deze ‘stroming’. Ook in een tijd dat het neoclassicisme als voornaamste stijl voor de bouw van landhuizen en villa’s voorbij was (verbouwing van 1917 en 1939), werden de veranderingen in deze traditie doorgevoerd.

 

Uiting van status

Verbouwingen aan het huis vallen telkens samen met veranderingen aan de infrastructuur. In hetzelfde jaar dat tegen de voorgevel van het landhuis een grote vijfzijdige uitbouw met balkon en balustrade wordt opgericht (1865), wordt de spoorlijn tussen Arnhem en Zutphen in gebruik genomen. Het is vrijwel zeker dat de grote verbouwing van het huis direct samenhangt met de aanleg van de spoorlijn: de bewoner wilde zijn status aan de voorbijgaande treinreiziger profileren. In 1882 wordt het kleine station Hofstetten in gebruik genomen. Het is zeer goed mogelijk dat de eigenaar van Hofstetten (dezelfde familie die de verbouwing in 1865 liet uitvoeren) op de hoogte was van de plannen voor de bouw van een station en dit heeft aangegrepen om (wederom) de allure van het huis te vergroten en de status van de bewoners aan bezoekers van Ellecom te tonen.

 

Plattegrond

De oorspronkelijke plattegrond van Hofstetten (tot circa 1880) had een driebeukige indeling, waarbij de entree met achterliggende gang in de centrale vensteras was geplaatst. Een dergelijke plattegrond is kenmerkend voor de zeventiende en achttiende eeuwse brede stadswoning, zoals deze ook in steden verschijnen. Maar ook in de negentiende eeuw kwam deze indeling nog voor bij grote herenhuizen in classicistische stijl die langs de nieuwe singels werden gebouwd. Ook het gegeven dat er sprake is van een hoog souterrain, waardoor de bel-etage hoog boven het maaiveld uitstijgt (zowel letterlijk als figuurlijk stijgen de bewoners uit boven de voorbijgaande mens), sluit aan bij de typologie van de stadswoning. Als in circa 1880 het exterieur van het pand aanzienlijk wordt uitgebreid, wordt ook het interieur onder handen genomen. De bestaande plattegrond van de bel-etage maakt plaats voor een lay-out waarbij de verschillende vertrekken zijn geplaatst rondom een centrale hal. De oorspronkelijke indeling uit 1835 is  nog wel herkenbaar (met name in het souterrain). Een plattegrond met centrale hal is kenmerkend voor de classicistische architectuur. Een bekend voorbeeld is de Villa Rotonda van Palladio (1571). Een dergelijke opzet van de woning refereert sterk aan het klassieke Romeinse woonhuis met atrium, waarbij de verschillende woon- en werkvertrekken van het huis rond een centrale open ruimte (het atrium) zijn geordend. De aanwezigheid van een lichtkoepel heeft daardoor naast een praktische functie als lichttoevoer, ook een symbolische functie als referentie aan het open karakter van het atrium. De wijziging van de lay-out van de plattegrond van Hofstetten moet worden gezien als een poging tot benadering tot het ideale neoclassicistische huis, waardoor de eigenaren zich konden spiegelen aan de Romeinse en met name Griekse voorvaderen. De verbouwing in 1917 versterkt niet alleen de beleving van de classicistische plattegrond, het sluit ook aan op de aan de sinds circa 1910 in Nederland toegepaste Engelse landhuistypologie, waarbij de hall een spilfunctie in het huis inneemt.