Nieuw Ehrenstein

Nieuw Erenstein, rijksmonument landhuis, Kerkrade. bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek

 Nieuw Ehrenstein

Nieuw Erensteinerweg 5 Kerkrade

Rijksmonument

 

Opdrachtgever

Stichting het Limburgs Landschap

 

Uitvoering

Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek

2014

 

Architect

Stadsherstel Limburg


Stichting Limburgs Landschap wil Nieuw Ehrenstein aankopen van de huidige eigenaar, de gemeente Kerkrade, met als doel de bestaande bebouwing te restaureren, het complex te ontwikkelen en het bijbehorende perceel te herinrichten. Stichting Limburgs Landschap heeft Res nova Monumenten gevraagd een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren naar het rijksmonumentale pand, Nieuw Erensteinerweg 5 te Kerkrade. Het doel van het bouwhistorisch onderzoek met waardenstelling is om inzicht te krijgen in de bouw- en ontstaansgeschiedenis van Nieuw Ehrenstein. De resultaten van het onderzoek kunnen als uitgangspunt en toetsingskader dienen voor de beoogde restauratie, herbouw en herbestemming van het pand en de reconstructie van de directe omgeving.

 

Ontstaan Nieuw Ehrenstein

Nieuw Ehrenstein werd in 1753 gebouwd als pachtboerderij op het leengoed van kasteel Ehrenstein. De jaarankers die op de zuidelijke gevel van de schuurvleugel prijken, herinneren aan dit bouwjaar. Het complex, zoals het er vandaag de dag uitziet, is het gevolg van een geleidelijke ontwikkeling. Uit de oudste kaarten (Ferrariskaart, Tranchotkaart en kadastraal verzamelplan is de oorspronkelijke hoofdopzet nog herkenbaar: een carrévorm, waarbij de vier vleugels elkaar ontmoetten op de hoeken (de stalvleugels waren minder lang). Deze opzet is aan de diverse bouwnaden, verspreid over de vleugels, nog te herleiden.

 

Het hoofdhuis dateert uit het begin van de negentiende eeuw. Het vervangt het oorspronkelijke huis uit 1753. Hoe dit huis eruit heeft gezien, is onbekend.

 

De omvang van de schuur is nog gelijk aan de oorspronkelijke situatie. Er is wel aantal aanwijzingen dat duidt op een ingrijpende verbouwing. De poorten in de langsgevel zijn later aangebracht: het metselverband rondom is rommelig, terwijl op andere plaatsen op het complex bij de oorspronkelijke ramen en op hoeken juist sprake is van een afgewerkte beëindiging met klezoren. Verder zijn in de oostelijke kopgevel (nu interieur oostvleugel) de sporen van een grote, gedrukte rondboog zichtbaar. Oorspronkelijk heeft hier dus ook een doorgang gezeten.

 

Nieuw situatie rond 1830

Op de kadastrale minuutkaart van circa 1830 is een U-vormig complex met aan de voorzijde een vrijstaand hoofdvolume weergegeven. Verder is op deze plattegrond een kleine aanbouw tegen de oostelijke kopgevel van het huis zichtbaar. De plattegrond is in hoofdlijnen overeenkomstig het huidige complex.

 

De twee smalle stalvleugels zijn naar achteren toe uitgebreid, waardoor de kopgevel van de schuur aan het zicht werd onttrokken. De schuur kreeg haar huidige uitstraling met aan de courzijde grote poorten en daarmee samenhangend dwarsdelen. Het oorspronkelijke zadeldak werd doorgetrokken en sluit aan op de ‘nieuwe’ uitbreidingen van de stallen. Tegen de oostelijke stalvleugel staat de tweelaags aanbouw. In de oksel met de stal is nog een kleine aanbouw zichtbaar. Dit is het voormalige bakhuisje.

 

Het huis kreeg eveneens de huidige verschijningsvorm. Het is zeer waarschijnlijk dat het huis destijds volledig nieuw werd opgetrokken. De verbouwing of vervanging van de huisvleugel tot een pand met landhuis-achtige allure, komt in het begin van de negentiende eeuw veel voor in de regio. Andere voorbeelden van een dergelijk grootschalig en statig boerderijcomplex zijn de Geleenhof te Heerlen en de Vliek bij Ulestraten. Bij beide zien we hoe een boerenhof wordt verbouwd en een als landhuis opgezet hoofdvolume krijgt. We zien hier eenzelfde achtergrond als bij Nieuw Ehrenstein. Een leenhof wordt verbouwd tot een huis, geschikt voor bewoning door de heer zelf.

 

Het huidige interieur van het huis is terug te voeren tot de verbouwing van circa 1830. De hoofdstructuur is behouden, hoewel er aan de oostzijde enkele wijzigingen hebben plaatsgevonden. Elementen zoals de eikenhouten vloeren, de trappartij, de deuren met classicistische omlijstingen, de verfijnde plafonds in de hal en de natuurstenen haarden vormen deel van het vroeg-negentiende-eeuwse interieur. Op de hal in de verdieping komt achter de latex een wandschildering tevoorschijn. Het is op basis van de huidige kleine sporen onduidelijk om vast te stellen wanneer in de negentiende eeuw deze muurschildering is aangebracht.

 

Boerderijonderzoek Uilkema

Een belangrijke bron naar de oorspronkelijke opzet van Nieuw Ehrenstein vormt het landelijk boerderijonderzoek dat Klaas Uilkema in de periode 1914-1934 verrichte. In dit uitvoerige onderzoek, dat per provincie is opgedeeld, wordt Nieuw Ehrenstein uitgebreid beschreven. Deze beschrijving gaat gepaard met een plattegrond van Nieuw Erenstein. Ten tijde van het onderzoek wordt de boerderij door twee boeren gevoerd (sinds 1921). Uilkema geeft aan dat de plattegrond de situatie van vóór 1921 weergeeft, maar niet voor welke periode deze dan representatief is. Als zodanig moet er dus vanuit worden gegaan dat we hier de situatie van rond 1900 zien. Per ruimte is de functie van het complex weergegeven. Hierdoor krijgen we een bijzonder gedetailleerd beeld van het negentiende-eeuwse Nieuw Ehrenstein.

 

Tijdens zijn bezoek aan Nieuw Ehrenstein, heeft Uilkema ook enkele foto’s genomen. Deze geven een duidelijk beeld van het complex in 1927. Wat op de foto die vanuit het zuidwesten is genomen meteen opvalt, is dat alle gevels die vanaf het zuiden zichtbaar zijn, inclusief de zijgevels van het huis, wit zijn gekalkt of zijn voorzien van een laag witsel. Dit geldt ook voor de zuidelijke gevel van de grote schuur en de vleugel met bakovens. Het aanzien van het huis is gelijk aan de huidige situatie: de hardstenen omlijstingen met T-vensters en persiennes zijn zichtbaar, evenals de balkondeuren met fraai traceerwerk. Op het dak staat een open dakruiter met bel. Bovenop de oostelijke stal is een tweede ruiter met bel zichtbaar. Verder zien we dat de keldervensters aan de voorzijde open zijn. Dit betekent dus, zoals Uilkema ook al meldde, dat het hele pand onderkelderd is. Vandaag de dag is slechts een gedeelte van de kelders toegankelijk. 

 

Ten oosten van het huis stond aan het begin van de twintigste eeuw een tweetal aanbouwen. Het meest bijzondere was een fraaie serre met kwartrond dak en decoratief smeedijzeren frame. Het front wordt opgedeeld door ronde kolommen met kapitelen. Mogelijk is het kapiteel dat nu als staander wordt gebruikt voor de grote open schuur tegen de achtergevel, afkomstig van deze serre. De glasvlakken tussen deze kolommen zijn verder onderverdeeld in drie traveeën, elk voorzien van een rondboog. Het boeiboord lijkt verfijnd van opzet te zijn (rijke decoratie). De serre staat op een souterrain. De plint is identiek in opzet en hoogte aan het hoofdhuis en telt drie vensters. De serre zal, gelet op de detaillering en de technische mogelijkheden aan het eind van de negentiende eeuw zijn toegevoegd. De serre was bereikbaar via de waskeuken (zoals zichtbaar op de foto) en via de zaal. Dat de serre vanuit de zaal bereikbaar was toont aan dat de serre vooral zal zijn bedoeld als verblijfsruimte.

 

Nieuw Ehrenstein was een groot agrarisch complex. Het was opgezet als een gemengd bedrijf. De grote schuur telde (ten tijde van het onderzoek van Uilkema) twee dwarsdelen (en drie tassen). De westelijke stalvleugel diende alleen voor paarden (en hooi- en hakselopslag op zolder), zowel rijpaarden voor de heer als werkpaarden. In de oostelijke vleugel waren de koeien en runderen gehuisvest, terwijl aan de uitbouwen aan de buitenzijde varkens en kippen werden gehouden. In het begin van de twintigste eeuw telde Nieuw Ehrenstein maar liefst drie mestvaalten, waaronder een grote vaalt aan de oostzijde die nagenoeg de gehele lengte van de stal omvatte. De oorspronkelijke vaalten zijn vervangen door moderne betonnen exemplaren aan de achterzijde van het complex. De inrichting van de schuur en stallen is nagenoeg geheel aanwezig en geeft in de huidige opzet een beeld van karakteristieke stalinrichtingen uit diverse perioden van de twintigste eeuw.

 

Parktuin

Na de (ver)bouw van het herenhuis, werd aan de voorzijde (de zuidzijde) een grote parkachtige tuin aangelegd in landschappelijke stijl, bestaande uit een groot weidegebied dat werd omzoomd door een dichte strook begroeiing en verspreid over de weide groenperken en waterpartijen. Aan de zuidzijde had het landschap een meer besloten karakter. Deze tuin is, nadat Nieuw Ehrenstein in 1921 werd verkocht, geheel verdwenen, waardoor de oorspronkelijke relatie tussen het herenhuis en directe omgeving ten zuiden is verdwenen.  In de huidige opzet is sprake van een agrarisch complex, waarbij een belangrijk aspect uit het verleden is weggepoetst: de recreatieve parkaanleg ten behoeve van de in het huis woonachtige adel (nagenoeg gehele negentiende eeuw).